La Valla

Ceuta is een Spaanse enclave in Noord-Marokko. Samen met de enclave Melilla is het de enige plaats waar Afrika en Europa elkaar raken op het vasteland. Ceuta is een symbolische plaats voor het Europese grenzenbeleid: de stad is omheind door metalen hekken met prikkeldraad, scheermesdraad, patrouilles, alarmsystemen…Het onderste wordt uit de kan gehaald om Afrikaanse migranten uit ons comfortpaleis te houden.

La Valla is een met fictie geïnjecteerde documentaire over de realiteit net buiten de grenzen van Europa.
Scenario en montage: Hadewijch Vanhaverbeke
Begeleiding: Dieter Van Dam
Stemacteur: Zukisa Nante
Beeldmontage: Jolente De Gendt
Tolk: Santiago Carrasco Ambrona
Interviews: Zé Pelmel, Chris Dacosta, Elias Moussa, María Ambrona de la Lastra, Cristina Ambrona Muela, Rocío Valriberas Acevedo, Enrique Ostalé Valriberas, Eva Eysermans, Lise Bonduelle
Samples: Peter Sloterdijk (Tegenlicht – VPRO), Hannah Arendt (Zur Person – ZDF), Hannah Arendt (Margarethe von Trotta), Katelyn Salem (Youtube), Number 9 (Sara Creta)
Muziek: John Butler Trio – Ocean

Dank aan Lucas Derycke, Gunnar Cheyns en Wederik De Backer om het stuk op voorhand te beluisteren.

La Valla is genomineerd voor de Prix Europa 2015, en kreeg de tweede prijs op de NTR Radioprijs 2015.

Advertenties

Shanou

Shanou

Shan is een meisje van 18. Ze heeft een huis, een hond, een aanstekelijke lach en een syndroom. Een portret.

 Het werk is deels in het Frans, hieronder kun je een vertaling zien.

Shanou: vertaling Frans-Nederlands

Weet je wat we gaan doen nadat we ons verkleed hebben? Als we de mooie kleren van Zinneke hebben aangetrokken? Dan gaan we dansen. En zingen. Hoe zing jij?

Mocht ik kunnen, ik zou zingen.

Het liedje gaat ‘Siwe…’ Wacht hé. Hoe doe je dat? Zing eens?

Ik weet niet hoe ik zou klinken.

Dansen. En zingen. Hoe zing jij?

Ik weet niet hoe ik zou klinken als ik zing. Ik weet niet hoe ik zou klinken als ik praat.

Hoe doe je dat? Zing een beetje.

 Ik heb blond haar en blauwe ogen. Ik draag altijd een grijze hoed met roze strepen.

Bon, hier moeten we eigenlijk zeggen dat Shan een hoedencollectie heeft. En dat ze de grijze hoed met roze strepen enkel in de zomer draagt. Ze heeft een zomerhoed en een winterhoed.

Binnenkort word ik 18. Ik woon in Schaarbeek, in een huis met een blauwe deur en blauwe ramen. Er groeit een klimplant rond het venster, en er liggen twee mozaïeken tegels op het voetpad voor mijn deur.

De tegels. De vorige eigenaar van het huis van Shan was een artieste. Zij heeft de tegels gemaakt.

Ik woon er samen met mijn assistente Julie, maar enkel overdag.’s Avonds ga ik naar mama en papa. Eigenlijk zou ik altijd daar willen zijn; bij mama en papa.

Bon, de laatsten hé! Choco of confituur? Je mag kiezen. Wil je de confituur niet proeven? Maar nee, ze wil choco! Je bent een chocomaniak, weet je dat?

Voor ik bestond, waren mama en papa altijd op reis. Toen was ik er en konden ze niet meer op reis.

Twee jaar en half hadden wij niet echt iets door. Behalve dat ze een beetje traag was, maar we zaten er niet echt mee in. Er zijn nu eenmaal kinderen die trager zijn dan anderen. Maar omdat ze heel ondeugend en schattig was en omdat we fysiek niets opmerkten, hebben we de dingen hun beloop laten gaan. Maar ze praatte nog altijd niet toen ze twee en een half jaar was, en op een bepaald moment zeiden enkele mensen rondom ons -mijn schoonmoeder, een vriend: “Kijk, het is niet normaal dat ze helemaal niet praat.”

We zijn bij een dokter geweest die ons meteen zei: er is een groot probleem, ik weet alleen niet wat het is. Dat was heel verontrustend omdat we een soort pure ergheid hadden. Alleen maar iets erg. Een schrik. Alleen maar het probleem. Geen etiket, geen idee van wat het is, geen idee over de toekomst. Niets.

Totdat we uiteindelijk op het internet aan het zoeken waren, en dingen intikten als “kind praat niet, afwezigheid van spraak” sleutelwoorden intikkend, “handicap, syndroom”. Ik ben het syndroom van Angelman tegengekomen, en terwijl ik aan het lezen was, wist ik het: het is zeker, dat is mijn dochter.

Ik denk niet dat ik groot zal worden. Ik word 18, maar niet volwassen. Ik blijf Shanou, mon petit coeur, ma petite, ma puce…

Het eerste moment heb je het gevoel dat de hemel op je hoofd valt. Je panikeert echt. Het is een beetje alsof je een zwaar ongeval overleefd hebt. Je bent getraumatiseerd. En als je getraumatiseerd bent -het is moeilijk om uit te leggen- heb je het gevoel dat je de aarde verlaat, van bovenuit kijkt, en denkt: ‘Zal ik ooit wel weer beneden geraken?’ Je weet niet goed hoe te reageren.

Het meest serieuze is de afhankelijkheid. Niet alleen wonen, nooit. Hoe zal mijn leven zijn? Dat wil zeggen dat wij heel veel werk zullen hebben, dat hadden we meteen begrepen. De vooravond was ze nog normaal, en van de ene op de andere dag niet meer…

Shan heeft een handicap. Ok. Is dit echt ongeluk? Het is in elk geval een shock, dat is zeker. Maar het is toch vreselijk; ze is nu 3 jaar, 2,5 jaar om precies te zijn en we moeten nu al de indruk hebben dat het ongelukkig is. Maar haar leven moet nog beginnen! En we zeggen al dat het een ongeluk is!

Ik praat niet, ik praat nooit. Maar dat wil niet zeggen dat ik een stille ben.

Het is niet haar toestand die een probleem is. Het is het antwoord van de maatschappij dat ongelukkig is. Door die toestand kun je niet meer naar school gaan. Door die toestand moet je leven in een instelling. Maar dàt is ongelukkig!

In de living hangt een bord met de dagen van de week. Iedere dag doe ik iets anders.

Wat gaan we doen? Gaan we de foto’s doen? We gaan je elke dag van de week tonen. Alles wat je maandag zal, doen, dinsdag, woensdag, dan donderdag…Akkoord?

Iedere dag iets anders, maar er staat nooit een foto van een school op. Alles staat op het bord.

Akkoord? En elke keer is het een keer dodo doen, nog eens dodo, nog eens dodo…

Wanneer ik eet en met wie. Er zijn foto’s van iedereen die ik ken. Er zijn foto’s van alles wat ik doe.

Ben je klaar? Allez, mama mag komen! Hallo! Dus, de eerste dag, morgen. Als je wakker wordt, zal Chloé komen…en je mag naar Technopolis!

Er zijn huizen waar veel mensen zijn zoals ik. Maar daar is geen plaats, en mama zegt dat ik er niet naar toe moet.

Een oude persoon in een home steken is al moeilijk, maar een jong meisje in een home steken is nog veel moeilijker. Dat willen we niet.

Dus blijf ik thuis, samen met Julie.

“Wanneer ik thuis blijf, blijf ik in mijn huis, echt bij mij. Niet in het huis van mama en papa, zelfs als ik zin heb om altijd bij mama en papa te zijn.”

Op het bord staat een foto van een groep lachende mensen. Ik vind dat geweldig. Ik blijf er tot acht uur.

Shan, als je dat doet, kan Gribouille je met zijn poten stampen. Er is iemand die een jaar thuis moest blijven omdat ze een stamp had gekregen! Dat doet pijn hoor.

Bij ‘donderdag’ staat een foto van ezels.

Ah nee, zeg eens lief goeiedag tegen Camille. Je mag niet op haar hoofd slaan. Ze heeft je niets verkeerd gedaan.

Samen met Julie verzorg ik Camille en Gribouille.

Als je de ezels slaat, gaan we weg hé. Zo werken we niet, dat is idioot doen.

Soms mag ik in de kar van de ezels zitten.

Langs waar gaan we nu? Langs daar? Lang daar, of langs daar?

Als er niet gelachen wordt, en als er geen ezels zijn, spelen we op de computer. In de computer zit een papegaai.

Zonder woorden moet ik zeggen wat ik wil.

Toen ze klein was, was het heel moeilijk, want…ze was niet alleen mentaal gehandicapt, en ze kon niet praten, maar ze had ook veel moeite om uit de hokjes “ik ben blij” of “ik ben niet blij” te komen. Punt. In de loop van de jaren, dankzij het leven dat ze kan leiden, door alle ervaringen die ze opdoet, leren om te wachten, leren om in veel lawaai te zijn, leren wachten in een restaurant…Alle ervaringen die ze heeft gehad, hebben ervoor gezorgd dat ze een beetje verfijnder is geworden in haar mogelijkheid om zichzelf uit te drukken.

Soms denk ik dat de mensen niet willen begrijpen.

We hebben de indruk dat we haar heel goed begrijpen. Ik kan zeggen als het gaat of niet, of ze triest is, of kwaad, of gelukkig…

Soms veranderen er dingen zonder dat ik dat weet! En dan word ik kwaad.

Natuurlijk gebeurt het dat we haar communicatie of haar reactie niet begrijpen. Maar zelden. Echt zelden. We hebben geen oplossing en zij kan ons niet geven. Dit deeltje blijft het mysterieuze deel. Waarom ergert ze zich plots?

Nog tachtig keer slapen. Dan ga ik één avond per week niet naar mama en papa. In het huis waar ik overdag ben, komen twee studenten wonen. Als ik niet goed slaap, zullen zij mij helpen.

Mama en papa denken dat het beter is als ik meer dingen alleen doe. Als zij er niet meer zijn, zal ik ook veel alleen moeten doen.

Hallo! Shan, doe je verder met je ronde? Zeg eerst ‘hallo’ tegen iedereen!

Samen met Julie doe ik mee aan de Zinneke Parade. Daar zijn veel mensen. Oefenen vind ik leuk. Optreden niet.

In feite hou ik van optreden, maar ik durf niet. Het is niet alleen dat ik niet durf, maar de anderen maken mij bang. De mensen die kijken en de mensen rond mij die verkleed zijn en raar bewegen. Zelfs al weet ik dat het zo gaat zijn, toch maakt het me bang.

Mijn groep; binnen tien minuten is er een briefing!

We moeten bijna optreden. Er is zijn veel mensen. Er is veel lawaai. Iemand met een megafoon zegt dat we nog veel zullen moeten oefenen. En flink zijn.

‘Hallo, ik ben gestresseerd maar ik zeg toch hallo!’

Shan moet flink zijn.

Shan is al de hele dag gestresseerd!

Als ze blues hoort, huilt ze. Altijd. Als ze klassieke muziek hoort, weent ze. Niet de ‘tadadadadie, tadadadada-muziek’, maar een echt klassiek stuk -wauw- , dat je… Maar de blues, dat is onvoorstelbaar. Thierry houdt enorm van blues, en vanaf dat er een nummer op staat…

De minste spanning die er kan zijn…ze, ze breekt borden… We moeten echt altijd…Maar we kunnen daar niet altijd op letten. Zelfs als Thierry ‘merde!’ roept, niet op haar maar op de computer, of op de soep die kookt. Ze verdraagt geen enkele spanning.

Voor de Parade moet ik andere kleren aan. Gekke kleren. Mijn grijze hoed met roze strepen is ook gek, maar die mag ik niet aan doen.

Dus eerst moet je …Je moet eerst…Je moet eerst crême aandoen, en dan pas schmink! Daar is er crême. Anders gaat het niet.

Ik knijp in Julie’s hand.

Je moet weten dat Shan heel moeilijk is. En de reden dat ze zich zo goed gedraagt, is omdat ze altijd vergezeld is door één persoon. En dat iedereen zijn best doet zodat ze in een kalme wereld zou kunnen leven. De persoon die bij Shan is, houdt zich bezig met haar, ze zijn een duo, en de persoon past zich aan haar aan. En zo komt het dat ze bijna geen crises meer heeft. Omdat ze altijd samen is met iemand die haar goed begrijpt.

Verf is vervelend. Gekke kleren zijn vervelend. Er zijn heel veel dingen die niet mogen. Er is een meneer met koekjes. Ik mag niks pakken. Ik wil gewoon rondlopen.

Toen ik aan het oefenen was, was Julie aan het filmen. Samen met papa kijk ik naar het scherm.

Ben je klaar om de film van Zinneke te zien? Dit is de generale repetitie, die je met Julie gedaan hebt. En vandaag zal je hetzelfde doen, akkoord?

Het is zaterdag 10 mei. Ik zie mezelf. Ik heb gekke kleren aan. Mijn gezicht is geverfd.Ik ben een beest!

Ja, jij bent het! Dat is wat je vandaag gaat doen, liefje! Je zal verkleed zijn, en dansen in de straten! Met Julie! En iedereen zal komen kijken naar jou.

Op het bord staat een foto van de Zinneke Parade. Als ik naar buiten kijk, zie ik dat het regent. Nog één dag flink zijn.

Haar zware mentale handicap beschermt haar. Ik denk dat Shan dag per dag kijkt.

Ga kijken wie het is! Dag Julie!

Ze heeft een toekomst die gaat tot enkele dagen, enkele weken. Het hangt af van de evenement. Als je de Zinneke Parade voorop stelt binnen drie maanden, zal haar toekomst drie maanden duren.

Ca va? Heb je geslapen vannacht? Ze is twee keer heel lang wakker geworden, en heeft dan 45000 keer gedraaid en gewikkeld in alle mogelijke posities.

Ik denk dat Shan te zwaar gehandicapt is. Ik zeg niet dat ze niet doorheeft dat jij praat en zij niet, maar dat ze zich bewust is dat ze anders is dan iemand en dat dat een probleem is voor haar, en dat het leven moeilijker maakt? Nee. Dat beschermt haar, want voilà, ze is rechtuit “ik ben zo.” Ze denkt niet ‘ik ben anders’.

Het is al wat minder gaan regenen. Tijdens de stoet delen we snoepjes uit. Ik eet er stiekem zelf op. Julie fluistert in mijn oor dat ik superflink ben en dat mama en papa al klaarstaan op het einde.

Is ze ziek? Nee. Lijdt ze? Nee. Waar is het probleem dan echt? In feite is haar toestand op zich niet echt een probleem.

We gaan in een grote kring staan, in het midden is een groot vuur. We zijn allemaal nat en koud, maar door het vuur krijgen we het weer warm.We zingen het lied waar we lang op geoefend hebben.

Het is geen leven waarin je nooit kan kiezen wat je zelf kan eten! Een heel leven lang. Het is geen leven om te leven op een paar vierkante meter, met anderen gedeeld in een slaapzaal. Een heel leven lang. Het is geen leven dat je nooit een bad kunt nemen in je eigen badkamer. Dat is het probleem! Niet dat ze niet kan praten.

Zij is niet ongelukkig omdat ze niet kan praten. Dat zie je, dat voel je. Ze communiceert, dus ze is blij!

Plots begint de zon te stralen.

Woehoe! De zon!